Opel, de man, het merk, de legende.

------Adam Opel-------
------Adam Opel-------

Opel
Adam Opel (1837-1895) was de zoon van een slotenmaker in Rüsselsheim. Hij kreeg een technische opleiding en begon in 1857 met een wereldreis. In 1862 was hij in Parijs waar hij onder de indruk kwam van de nieuwste naaimachines. Terug in Duitsland bouwde hij zijn eerste naaimachine en in 1863 begon de fabricage voor de markt. Na vijf jaar had hij een speciale fabriek daarvoor laten bouwen en spoedig domineerden de naaimachines van Opel de Duitse markt.
Intussen had Adam vijf zoons en naarmate die opgroeiden ontdekten zij een andere nieuwigheid, de fiets. Door hun enthousiasme aangemoedigd begon Adam in 1886 met maken van fietsen. Na een jaar patenteerde hij een zogenaamde veiligheidsfiets die veel publiciteit kreeg doordat de zoons er wedstrijden mee wonnen. En net als met de naaimachines wist Opel de markt te veroveren. Toen Adam in 1895 overleed, kwam het roer in handen van zijn weduwe Sophie en de twee oudste zoons, Karl en Wilhelm. De broers begonnen uit te kijken naar nieuwe activiteiten, want er waren inmiddels zoveel nieuwe fietsproducenten bijgekomen. In 1897 kochten zij de rechten van de Lutzmann auto. Dit was een voertuig gebaseerd op een auto van Benz. Automobielproductie betekende in die dagen in schuurtjes en loodsen handmatig enkele tientallen auto’s per jaar in elkaar zetten met zelfgemaakte onderdelen. Onder beschermheerschappij van de groothertog van Hessen begon Opel een automobielafdeling, samen met Lutzmann die met zijn machines en personeel verhuisde naar Rüsselsheim. In 1898 was de eerste Opel-Lutzmann gereed. Hij was voorzien van een eencilinder motor met 4pk die achterin was geplaatst. Een jaar later werd deze door een tweecilinder vervangen. Beide wagens werden echter een flop. In 1899 werden slechts elf wagens gebouwd en in 1900 24 stuks. Maar goed, het begin was er.

Toch succes
Op deze manier auto’s maken leidde tot verlies en het begon de winsten aan te tasten van de naaimachines. Lutzmann werd ontslagen en de productie stopte. Opel sloot vervolgens een contract met Darracq waarbij Opel het alleenrecht verwierf voor Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Opel begon Darracqs te assembleren, zij het wel met eigen carrosserieën. In 1901 verscheen ook de eerste motorfiets. Dit keer ging het wel goed, de Opel-Darracqs verkochten goed en bleven tot 1906 in het aanbod. Al in 1902 werd het eerste eigen model gepresenteerd en spoedig kwamen er meer modellen bij. Tot 1910 was een van de meest populaire Opel de ‘Dokterswagen’ in 6/12 en 8/14 pk-uitvoering, maar ook de grote auto’s deden het goed. Dit alles kwam niet in de laatste plaats door overwinningen in de autosport. In 1905 kon Opel meer dan honderd overwinningen noteren en in 1907 eindigde een Opel op de derde en vierde plaats van de toen prestigieuze Kaiserpreis, Wilhelm Opel won in 1909 de Prince Henry Trial en het enige wat niet lukte waren de Grand Prix-races.
In 1911 werd de fabriek getroffen door een zware brand, maar Opel wist dit nadeel om te keren tot een voordeel. Er werd een nieuwe fabriek met de modernste machines geopend. Tegelijk werd hierdoor noodgedwongen gestopt met de productie van naaimachines, waar er precies één miljoen van waren gemaakt. Kort nadat in 1912 de productie weer begonnen was, werd de tienduizendste Opel gebouwd. Een jaar later behoorde Opel tot de top zes van Europese producenten. Er werd ook gestart met het maken van zwaardere vrachtauto’s. Maar 1913 was ook het jaar dat Sophie overleed.

Op en Af
In 1914 begon de Eerste Wereldoorlog en Opel bouwde voornamelijk trucks, aanhangers en BMWvliegtuigmotoren. Een van de Opel-broers sneuvelde in Rusland. In 1917 werden de andere broers in de lagere adelstand verheven en mochten zij zich nadien Von Opel noemen. In 1918 werd Russelsheim bezet door de Fransen die de Opel-fabriek ontmantelden en als herstel meenamen. Opel moest dicht. Toch begon het merk in 1919 opnieuw, eerst langzaam met fietsen en daarna weer auto’s. echter in het verarmde Duitsland liep de vraag achter bij de productiecapaciteit. De prijs moest dus omlaag. De broers Opel oriënteerden zich op de Amerikaanse markt en besloten in navolging van Ford de lopende band in te stellen. In 1924 opende Opel de modernste fabriek in Europa. Eén van de meest populaire wagens was de 4/12pk, bijgenaamd de Laubfrosch (boomkikker). Die bijnaam dankte de auto aan het feit dat hij alleen in een felle groene kleur leverbaar was. De Laubfrosch was overigens een kopie van de Citroen 5CV Trefle. Opel groeide sterk in de jaren twintig en in 1928 werkten er zo’n 8.000 mensen die 250 auto’s per dag maakten. Daarmee had Opel een marktaandeel van 37.5% op de Duitse markt. Tegelijkertijd was het de grootste fietsproducent ter wereld.

General Motors
Ondanks dit alles ging het toch mis met Opel's zelfstandigheid. Dat had drie oorzaken. Ten eerste was het importverbod op buitenlandse auto’s opgeheven. Dat leidde tot zwaardere concurrentie. Van de 86 automobielmerken in 1924 waren er in 1928 nog maar 19 overgebleven. Ten tweede waren de reserves op en werd er geen winst gemaakt in een krimpende markt. In 1928 begon een recessie. Ten derde overleden in 1927 en 1928 twee van de Opel-broers waardoor torenhoge successierechten in het verschiet lagen. General Motors, tuk op een tweede Europese vestiging, na Vauxhall, legde contact met Opel. In Maart 1929 verwierf GM een belang van 80% in Opel. Dat was voor Opel net op tijd want in oktober 1929 brak de grote economische crisis uit (het leidde ertoe dat in 1931 GM voor 100% eigenaar werd). GM kreeg het zelf ook zwaar tijdens de Grote Depressie, maar bleef Opel steunen. De prijs ervoor was echter hoog, want in 1933 kwam Adolf Hitler aan de macht en die reduceerde de invloed van GM tot nul.

Turbulente jaren
Voorlopig ging alles nog goed. De crisis ging langzaam over en in 1935 introduceerde Opel een bijzonder model, de Olympia, verwijzend naar de Olympische Spelen die in 1936 in Berlijn zouden plaatsvinden. Het was de eerste Opel met een geheel stalen zelfdragende carrosserie. Een jaar later werd de eerste Kadett gemaakt. Het bleken beide succesnummers. Tot 1940 werden er 107.000 Kadetts gemaakt. Ook kwamen er een grotere Kapitän en Admiral. Opel was in 1936/37 de grootste automobielproducent van europa. De fietsproductie werd beëindigd en de rechten ervan verkocht aan NSU. Opel had in al die jaren meer dan 2,5 miljoen fietsen gemaakt. Er was alleen weer een oorlog in aantocht en ondanks dat GM eigenaar was, kreeg het steeds minder te zeggen. In 1939 begon de Tweede Wereldoorlog en Opel werd ingeschakeld voor oorlogsproductie. Een nieuwe fabriek in Brandenburg leverde 2.500 trucks per maand af, de Opel Blitz. Daarnaast werden vliegtuigonderdelen gemaakt, waaronder motoren. Toen Amerika na Pearl Harbor ook meedeed, schreef GM in 1942 Opel voor honderd procent af. Maar de oorlog keerde zich tegen Duitsland en ook de Opel-fabrieken werden zwaar beschadigd door bombardementen. Aan het einde, in mei 1945, waren ze voor 60% verwoest. Duitsland werd bezet in vier zones en Russelsheim kwam in de Amerikaanse zone te liggen. Aangezien GM Opel niet claimde, werd het restant van de fabriek gebruikt als reparatiewerkplaats. De fabriek in Brandenburg lag in de Russische zone. De Russen waren rigoureuzer. Zij ontmandelden de fabriek en namen hem mee naar Rusland, inclusief de mallen voor de Kadett. Die laatste verscheen na twee jaar als Moskovitch 400 en werd nota bene ook naar het Westen geëxporteerd. Onder moeilijke omstandigheden werd de fabriek in Russelsheim weer opgebouwd en in 1946 werd de eerste lichte vrachtauto gemaakt. In December 1947 werd de vooroorlogse Opel Olympia opnieuw in productie genomen. Het waren er slechts twintig, maar een jaar later was dit aantal tot 5.762 gestegen en in 1949 zelfs tot 20.170 stuks. De Olympia werd tussen 1950 en 1953 nog eens bijna 160.000 keer gemaakt. De grote Kapitän kwam in 1948 ook weer terug.
GM was weer present. In November 1948 had het alsnog de rechten van Opel opgeëist. Onder diens leiding kwamen er weer grote investeringen.

Wirtschaftswunder
Het wonderbaarlijke herstel van Duitsland na de oorlog staat bekend onder de naam Wirtschaftswunder. De eerste echt nieuwe Opel van na de oorlog was in 1953 de Olympia Rekord met een zefdragend Pontonkoetswerk. Het model met zijn ‘haaienbek’ leek sterk op een verkleinde Chevrolet en was er alleen als tweedeurs. Een jaar later verscheen er met dezelfde vormgeving een nieuwe zescilinder Kapitän. De Olmpia Rekord werd in 1955 stilistisch gewijzigd. In 1957 kwam er een nieuwe Rekord, geheel volgens de laatste mode met een panoramische voorruit. Ook de nieuwe Kapitän moest eraan geloven, maar deze werd geen succes. Al in 1959 kreeg deze een nieuwe carrosserie, de Panorama Rekord liep tot 1960, daarna kwam de volgende Rekord. Dit om de paar jaar wisselen van model was afgekeken uit Amerika waar ieder jaar een model iets werd gewijzigd om de klant het gevoel te geven dat hij in een ‘nieuw’ model reed. Nadeel hiervan is dat de geslaagde modellen net zo lang worden gemaakt als de minder leuk ogende typen. Opel bloeide weer en rond 1960 wilde het sterk uitbreiden. Het was na twintig jaar weer tijd voor een nieuwe Kadett.

Kadett
In de jaren vijftig domineerde de VW Kever het Duitse straatbeeld. Opel had geen model in die klasse, waarin ook merken als DKW, Ford en NSU opereerden. Een grote fabriek in Bochum werd gebouwd en in 1962 verliet daar de eerste Kadett de lopende band. De auto met een kleine motor werd een bestseller, temeer omdat de Kadett ook leverbaar was als combi, de caravan. Twee jaar later kwam het trio Kapitän, Admiral en Diplomat met dezelfde basiscarrosserie. Het waren Opel's topmodellen met Amerikaanse afmetingen. De Chevrolet Chevelle had als voorbeeld gediend. De Diplomat had zelf een V8 motor van Chevrolet. In 1965 was de tweede generatie Kadett aan de beurt, maar het was niet dit model dat de show stal op het autosalon van Frankfurt, dat was de Opel GT. Deze auto, de mooiste Opel ooit volgens velen, kon echter niet in productie gaan, de capaciteit daarvoor ontbrak. Pas eind 1968 was hij leverbaar, zij het kort, want opnieuw waren er problemen met de productiecapaciteit en de Amerikaanse wetgeving deden de GT al in 1973 de das om. Als gevolg van de groeiende expansie opende Opel een nieuwe fabriek in Kaiserslautern en vanaf 1969 begon het merk let een programma voor de rallysport. De markt werd tevredengesteld met de Kadett GT met een 1.9-liter sterke motor. Een ander nieuw model was de zescilinder Commodore, als opvolger voor de zespitter-Rekord.

Jaren zeventig
De sportieve Manta en zijn tammere broertje Ascona werden in 1970 gelanceerd. De jaren zeventig lieten ook een eenwording in modellen zien tussen die van Vauxhall en Opel. Het eerste resultaat daarvan was de Kadett City, Opels eerste hatchback. Het was het antwoord op de VW Golf. De jaren zeventig gaven ook de verschuiving van achterwielaandrijving naar voorwielaandrijving te zien. De Kadett D was de eerste. In England was dit de Vauxhall Astra. Die typenaam zou op termijn de merknaam Kadett doen verdwijnen. In die jaren bleef het merk actief in de rallysport, hetgeen leidde tot de Ascona 400, waarmee Walter Röhl in 1982 het wereldkampioenschap rally voor Opel won. Dat jaar kwam ook de Corsa die ging concurreren in het segment van de Fiesta, Metro en Polo. Eind jaren tachtig kwam Opel alweer in de problemen. Te grote bezuinigingen leiden tot kwaliteitsverlies. Daarnaast werd het modelaanbod niet als aansprekend ervaren in vergelijking met Opels grootste concurrent VW. Verder waren er wrijvingen tussen Opel en moedermaatschappij GM. Eind jaren negentig leek het beter te gaan met het modelaanbod, maar begin 21ste eeuw waren er nog steeds grote problemen.

Nieuwe eeuw
Reorganisaties konden niet uitblijven. In 1996 werkten er nog 46.000 mensen, in 2006 nog maar 27.661. Het marktaandeel in 2007 was in Duitsland blijven steken op 9,1%. Dat was wel eens anders geweest. Grote onrust was er in 2009. Op 30 Mei werd bekendgemaakt dat Adam Opel GmbH overgenomen zou worden door een consortium van het Canadese Magna International en het Russische Sberbank. Op 4 November 2009 kondigde GM echter aan af te zien van de verkoop van Opel, vanwege ‘verbeterde vooruitzichten’. De kredietcrisis ging dus ook niet aan het merk voorbij. Voorlopig hoeft Opel zich geen zorgen te maken. GM zal Opel niet gauw opnieuw in de etalage zetten, Hoewel Saab er in 2010 uitgekieperd werd en daarna de vestiging in Antwerpen permanent gesloten werd.




Bron: 'Uit de archieven van Opel' 
© 2011 Haakman BV