1938-1970 Opel Kapitän

Kapitän (1938–1940)
De Kapitän was de laatste nieuwe Opel die uitkwam voor WOII uitbrak, ontworpen in 1938 en in de lente van 1939 tentoongesteld op het salon van Geneve. De eerste Kapitan was beschikbaar in verschillende koetswerkvormen, het meest succesvol was de 4-deurs sedan, maar de 2-deurs coupé/cabriolet werden ook gebouwd. De Vooroorlogse Kapitan had een zelfdragend koetswerk wat zeer modern was in die tijd. De auto had een 2.5 liter 6-cylinder motor, een doorontwikkeling van zijn voorganger, deze motor kon 118km/u halen. De productie van burgerauto’s werd gestaakt in de lente van 1940, toen waren er alreeds 25371 Kapitans geproduceerd. Bij deze geproduceerde modellen waren er 248 gebouwd door onafhankelijke koetswerkbouwers waaronder Gläser en Hebmüller. De cabriovarianten werden na de oorlog niet meer voortgezet, de sedan daarentegen kwam in 1948 opnieuw op de markt.

Kapitän (1948–1950)
In Oktober ’48 werd de Kapitan opnieuw op de markt gebracht als Opel’s eerste na-oorlogse 6-cylinder. Initieel was de productie bedoelt voor de geallieerde machten, maar de particuliere productie kwam in ’49 ook terug op gang. De Kapitan van deze generatie kwam enkel als 4-deurs sedan, een doorontwikkeling van de versie van ’39. De verschillen zitten in de voorlichten, die van rond naar hexagonaal gingen en de schakelpook die van de vloer naar het stuur verhuisde. Deze Kapitan had een topsnelheid van 126km/u en ging naar 100km/u in 29 seconden. Van deze generatie werden er 30431 gebouwd.

Kapitän (1951–1953)
Deze versie van de Kapitan, die geïntroduceerd werd in Maart ’51, was eigenlijk een grondige facelift, technisch was die vrij gelijk als de vorige versie al ging die van 55pk naar 58pk. Het exterieur had moderne opfrissingen door middel van het gebruik van Chrome en een amerikaans geinspeerde grille. Van deze versie werden er 48562 geproduceerd.

Kapitän (1953–1958)
In November 1953 lanceerde Opel een volledige nieuwe Kapitan, deze was langer en breder dan zijn voorganger, maar behield de 6-Cylinder, nu met een vermogen van 68pk en vanaf ’55 zelfs 71pk, tot 75pk in ’56.Deze nieuwe Kapitan had een vernieuwde achteras en grotere trommelremmen. In ’56 was er nog een zachte facelift met een meer up-to-date grille, grotere richtingaanwijzers en een vernieuwde trim op de zijkant. In ’56 had deze wagen een topsnelheid van 140km/u. In ’57 was deze beschikbaar met een 3-versnellings half-automaat, een 4de versnelling was in optie mogelijk. Van deze versie werden er in totaal 154098 geproduceerd, waardoor deze de derde plaat sinnam in Duitsland, achter de VW Kever en de De Opel Rekord.

Kapitän P1 (1958-1959)
De Kapitan P1 werd geïntroduceerd in Juni ’58 en was breder en lager dan zijn voorganger en had zelfs een panoramische voor en achterruit, duidelijk geinspireerd op de Amerikaanse automodellen van die tijd. Toch waren er vele minpunten aan het design, door het rare ruitontwerp had je een slecht zich rondom en je kon moeilijk in -en uitstappen. Deze Kapitan is ook bekend onder zijn bijnaam “Schlusselloch-Kapitan” ofte sleutelgatkapitein, dit door de kenmerkende vorm van de achterlichten. Deze Kapitan werd maar 1 jaar geproduceerd en als een flop beschouwd. Heden ten dage hierdoor de meest gegeerde Kapitan. De motor was en 2.5l 6-cylinder met 80pk. Uiteindelijk werden er 34282 gebouwd.

Kapitän P2 (1959–1963)
De Kapitan P2 kwam op d emarkt in Augustus ’59 en had nog steeds de panoramische voorruit. Hij had ook een nieuwe grille, een meer hoekig dak en een nieuwe achterkant. De motor was de nieuwe sterkere 2.6, 6-in-lijn met 3 versnellingen en een 4de voor de overdrive. In ’60 werd de versnellingsbak gewisseld voor de nieuwe 3-versnellings “Turbo-Hydramatic” automaat van GM. De P2 had een topsnelheid van 150km/u en ging in 16 seconden naar 100. Van de Kapitan P2 zijn er 145618 geproduceerd en was in 1960 de meest verkochte 6-cylinder.

Kapitän A (1964–1968)
In 1964 lanceerde Opel de KAD-serie(Kapitan, Admiral, Diplomat) en de Kapitan diende als basisversie in dit drieluik. Hij werd aangedreven door dezelfde motoren als de eigentijdse Admiral, 2 6-in-lijn motoren van 2.6l en 2.8l. Een paar Kapitans hebben zelfde de 4.6l V8 van Chevrolet gekregen voor de Oostenrijkse markt. Zoals zijn duurdere broers, kreeg ook de Kapitan in ’67 een facelift. Hij kreeg rubberen beschermstrips, ZF stuurinrichting en een kantelbaar stuur. Op dezelfde moment kwam er ook een sterkere versie uit van de 2.8l 6-Cyl die nu 140pk had.
Van deze Kapitan zijn er maar 24249 gemaakt.

Kapitän B (1969–1970)
De Kapitan B werd geïntroduceerd in ’69 en was de laatste Opel die de naam Kapitan ging dragen. Er was een 2.8 6-in-lijn motor beschikbaar met een enkele of dubbele carburateur, gekoppeld aan een manuele 4-versnellingsbak of een automaat met 3 versnellingen. De Productie eindigde in ’70. De Admiral en Diplomat gingen nog 7 jaar verder totdat de KAD-reeks werd vervangen door de Senator. Van de Kapitan B werden er maar 4976 geproduceerd op 15 maanden.

Voor meer foto's klik hier