1963 - 1966 Opel Rekord A & B

Rekord A 1963
Begin jaren ’60 wilde Opel afrekenen met het bedaagde imago van een auto voor gleufhoedendragers en ambtenaren. De concurrentie stond dan ook niet stil: BMW introduceerde met de "neue Klasse" een ruime, sportieve en kwalitatief hoogwaardige gezinsauto. Ford moderniseerde de Taunus-serie ingrijpend met fraai gestroomlijnde modellen. DKW kwam met de ruime F102 op de markt. De trend om Europese auto's vorm te geven als kleine Amerikaantjes leek bovendien voorgoed voorbij. De Rekord A kreeg een zeer strak vormgegeven carrosserie die wederom ruimer was geworden en die in frisse kleuren werd gespoten, op verzoek met een in zwart of wit gespoten dak. Metallic lak werd leverbaar. De zijramen waren gewelfd, destijds een unicum, de 1500- en 1700 motoren waren opgevoerd naar respectievelijk 55 en 67 PK. De cardanas bestond uit twee delen om de bodemplaat lager te kunnen leggen, er kwamen schijfremmen op de voorwielen en voor het eerst ook een rembekrachtiger. Onder de lange motorkap was een overvloed aan ruimte en deze werd in 1964 goed gevuld met de 2600cc zescilinder Kapitän-motor, goed voor 100 PK en een top van 170 km/u. Dergelijke hoge snelheden rijden was met deze Rekord niet altijd verstandig, in elk geval niet op slechte wegen of met harde zijwind. De wielophanging was ongewijzigd overgenomen van de Rekord PII, terwijl de A groter en zwaarder was. Onder de brede carrosserie viel vooral de relatief smalle spoorbreedte op. Net als de Kadett A van 1963 was de Rekord A "zelfsmerend": alle 42 smeerpunten die de vooroorlogse Olympia nog had waren eindelijk vervallen. De Rekord A was leverbaar als tweedeurs- vierdeurs limousine, tweedeurs coupé, driedeurs stationwagen (“Caravan”) en als bestelwagen, in twee uitvoeringen (standaard en luxe), met stuur- of vloerversnelling, met drie- of vierversnellingsbak en met drie verschillende motoren. Baur in Osnabrück bouwde een cabrioletversie. Maar vernieuwing was al snel weer noodzakelijk: de techniek van de vooroorlogse motoren en versnellingsbakken liep tegen grenzen aan. Een verdere vermogensstijging was met de vooroorlogse vier- en zescilinders niet mogelijk zonder aan de levensduur te tornen. Een nieuwe motorenreeks werd gedurende de looptijd van de Rekord A ontwikkeld en getest. Deze vier- en zescilindermotoren zouden de komende 30 jaar in alle Opelmodellen dienst doen, tussen de kleinere Kadettmotor en de V8-motor van de Diplomat. De nieuwe motor en aandrijflijn kwamen voor de Rekord beschikbaar in 1965, Opel modificeerde het Rekord A koetswerk hier en daar en zo ontstond de Rekord B. Maar voorlopig waren er nog altijd 864.000 Rekord A-kopers te vinden.
Rekord B 1965
De Rekord B had een licht gewijzigde carrosserie van de A, maar met geheel nieuwe techniek daaronder. In plaats van ronde had hij vierkante koplampen en bij de achterlichten was dat precies andersom. Hij was bedoeld als tussenmodel terwijl de "C" al werd getest en bleef nog geen jaar in productie. Onder de motorkap vond men nu een gietijzeren viercilindermotor met de nokkenas in de cilinderkop, de zogenaamde CIH (camshaft-in-head) motor die nog decennia gebruikt zou gaan worden. Deze had een cilinderinhoud van 1500, 1700 of 1900 cc en een vermogen tussen 60 en 90 PK. De krukas was nu vijfmaal gelagerd. De lange, dubbele distributieketting werd hydraulisch gespannen. Aan de motor was een enkelvoudige droge plaatkoppeling met diafragmaveer gemonteerd en een vernieuwde drie- of vierversnellingsbak met stuur- of vloerschakeling of een Olymat-halfautomaat. De S-motoren hadden een dubbel uitlaatspruitstuk en de 1900S een registercarburateur. De motor had positieve carterventilatie, waardoor er geen oliedampen meer in de motorruimte konden vrijkomen zoals bij de voorganger. Alle versies kregen een automatische choke. De zescilindermotor in de Rekord bleef de 2.6 Kapitän-motor van 100 pk. Auto’s met deze motor waren van veraf te herkennen door de driedubbele in plaats van dubbele ronde achterlichten. De reden was simpel: de nieuwe zescilinder paste niet in de oude carrosserie. Daarmee was de Rekord B de laatste Opel personenauto die voorloorlogse techtniek aan boord had (deze motor uit 1936 zou tot 1972 worden gebruikt in de Blitz bestelauto). De Rekord B was de eerste Opel met een 12-voltsinstallatie. De achteras was iets verbreed, maar de constructie was verder ongewijzigd, zodat terecht in de pers werd opgemerkt dat het motorvermogen, met name van de 90 PK 1900cc- en de 100 PK 2600cc motoren, inmiddels te hoog was voor het onderstel, of andersom natuurlijk. Bij vol accelereren voelde men gewoon de achteras wringen aan de bladveren. De Rekord B werd slechts 11 maanden geproduceerd, zijn opvolger stond al klaar. In die 11 maanden liepen er toch nog 288.000 van de band.

Voor meer foto's klik hier